Fietsbeleid

Fietsen is gezond, veroorzaakt nauwelijk overlast en spaart het milieu. Fietsen gaat redelijk snel, is energie-efficient en kost bijna niets. Je zou verwachten dat het hoog op de prioriteitenlijst van de beleidsmakers zou staan. Het tegendeel is waar. Fietsen is vaak een bijproduct van andere beleidsdoelstellingen: vervoer, verkeersveiligheid, energie, milieu, volksgezondheid, economische ontwikkeling, om er een paar te noemen.

Beleidsmakers
Europa: De EESC van de EU constateerde medio 2007 dat er (nog) geen Europees fietsbeleid is. Zij doet enige aanbevelingen o.a. over het meenemen van een fiets in de hogesnelheidstreinen.
Duitsland: Nationaler Radverkehrsplan
Nederland: Basis vormt nog steeds het 'Masterplan Fiets' uit 1998.

Beleidsvragers
Europa: European Cyclists' Federation (ECF) / België: Fietsersbond / Frankrijk: FUBicy / Duitsland: ADFC / Gr. Brittannië: CTC / London Cycling Campaign
Nederland: Fietsersbond

Voorbeeldstellers
Interface for Cycling Expertise (I-ce)
Europa: Frankrijk: Departements Cyclables
Nederland: Fietsberaad

Ontwikkelingssamenwerking
International Bicycle Fund / Wheels 4 Life / Cycling out of Poverty / Bicycling Empowerment Network (BEN)





De fietslobbyisten (beleidsvragers) moeten vele loketten af en zij doen dat voor een gesegmenteerd publiek: sporters, recreanten en woon-werkers.
De meeste hoop van de beleidsmakers om de mensen op de fiets te krijgen is gericht op korte ritjes in stedelijk gebied. Het uitvoerend beleid is daarom vaak bij een lager bestuurlijk niveau gelegd. Om toch enige eenheid te krijgen wordt gekozen voor een beleid van 'good practices' (voorbeeldstellers).