Lotharingen (Frankrijk) (en Luxemburg)
Wie Lotharingen zegt denkt aan ijzer, althans zo was het. Rond de vindplaats van het ijzererts ontstond een ijzerindustrie. Maar het ijzererts uit Lotharingen (minette) kende zo zijn problemen: een relatief laag ijzergehalte en teveel fosfor. Na de ontwikkeling van het Thomas procédé leek het fosforgehalte geen onoverkomelijk probleem meer, maar het lage ijzergehalte droeg na de WOII bij aan een extra snelle teloorgang van de ijzerertswinning in Frankrijk.
Rond de eeuwwisseling sloot de laatste mijn in Tressange. Sindsdien is alles herinnering. De streek is nog steeds bezaait met mijnwagentjes, maar zij worden nu gebruikt als plantenbak. Er zijn diverse mijnmusea in de hoop enige touristen te trekken en om een beeld van het verleden te vormen.
Verheerlijking van het mijnwerkersbestaan in de musea is echter niet geheel in overeenstemming met de realiteit van het verleden: het waren op laatst voornamelijk gastarbeiders m.n. uit Polen die het ondergrondse werk moesten doen.